|
Sweelinckcantorij:
De Sweelinckcantorij verzorgt sinds 1973 de liturgische muziek in de Oude Kerk van Amsterdam. In de naam van het koor ligt de verbinding met de rijke koormuziek die vóór 1578 te horen was in dit kerkgebouw, toegewijd aan de heilige Nicolaas.
Op een vaandel dat gebruikt werd bij religieuze optochten (zogeheten processies) staan de koorzangers afgebeeld, met op de achtergrond de Oude Kerk. Zij trekken over de brug die de beide kanten van de Oudezijds Voorburgwal verbindt. Een brug die nog steeds op dezelfde plaats ligt.
Halverwege de twintigste eeuw kwam in de diverse protestantse kerken de bezinning op gang ten aanzien van de vormgeving en daarbij horende muzikale invulling van de zondagse kerkdiensten. De oriëntatie op onder meer de evangelisch-lutherse traditie en op de anglicaanse liturgie leidde er toe dat in de morgendiensten op zondag af en toe koren mee gingen werken voor meerstemmige afwisseling met de eenstemmige gemeentezang. Tal van organisten ontpopten zich als componist door het maken van meerstemmige bewerkingen van bestaande psalmen en gezangen, terwijl zij ook zorgden voor melodieën (met bijbehorende meerstemmige zettingen) bij nieuwe liedteksten. De uitgave van het Liedboek voor de kerken in 1973 bevat veel van dit nieuwe repertoire. Voor de namiddag- of avonddiensten ontwikkelde men zogeheten cantatediensten. Rond het woord van de heilige Schrift werden cantates geplaatst afkomstig uit de overvloed aan Duitse, lutherse kerkmuziek, waarbij de periode van de barok, vooral de componist Bach, een scala aan mogelijkheden opleverde. In aansluiting bij de Duitse benaming ‘Kantorei’ voor een liturgisch koor, gingen protestantse kerkkoren zich betitelen als ‘cantorij’ en heet sindsdien de leider ervan ‘cantor-organist’.
Foto: Arnold Vogel In die sfeer van een herlevende korale traditie kwam de Sweelinckcantorij de Oude Kerk binnen. Het koor was in 1963 ontstaan in de gemeente van vrijzinnig hervormden die kerkten in de Nieuwezijds Kapel aan het Rokin te Amsterdam. De organist Willem Vogel gaf leiding aan de nog naamloze cantorij. Hij behoorde tot de vooruitstrevende kerkmusici binnen de protestantse wereld. Voor de diensten en voor zijn koor ging hij muziek schrijven, waarbij hij zich in eerste instantie oriënteerde op vroeg-barokke voorbeelden, zoals Heinrich Schütz. Diens bewerkingen van psalmen, gezangen en fragmenten uit de evangeliën, en van bijzondere teksten als het passie-verhaal, stonden model voor Nederlands-talige equivalenten.
Willem Vogel, die in 1976 ook de functie van organist overnam, kon in de Oude Kerk een uitgebreid oeuvre componeren waaronder motetten op evangelie-teksten voor alle zondagen in het liturgisch jaar. In 1988 kreeg hij krachtige ondersteuning van zijn werk door de benoeming van Sytze de Vries als predikant van de Oudekerkgemeente. De Vries ontpopte zich als een taalvirtuoos die het ene na het andere lied dichtte, waarbij Vogel de noten schreef. Zo ontstond een liturgische kraamkamer die landelijk uitstraling verkreeg door de uitgaven van teksten en muziek in de zogeheten’ Amsterdamse Katernen’.
In nauwe samenwerking met de teksten schrijvende dominee De Vries ontstond een indrukwekkend oeuvre dat erkenning vond in de aanwijzing van de Oudekerkgemeente als experimenteerplek voor liturgie onder de naam Centrum voor Leren en Vieren. De activiteiten daarvan werkten ook door op landelijk niveau, en leidden zelfs tot uitwisseling met buitenlandse theologiestudenten en kerkmusici-in-opleiding zoals een werkweekeinde in Mainz in 2003. Met het vertrek van ds De Vries per 1 januari 2006 kwam een einde aan de bijzondere samenwerking tussen predikant en cantor-dirigent. Aangezien Willem Vogel in 2003 het in zijn 84ste levensjaar tijd vond om plaats te maken op de orgelbank, fungeert Christiaan Winter ook als organist, daarbij geassisteerd door organisten-in-opleiding op de zondagen dat de cantorij aan de diensten meewerkt. In het repertoire introduceerde Winter ook kerkmuziek van katholieke achtergrond, zoals delen uit missen van Pierluigi da Palestrina. Met de uitgave in 2006 van Latijnse gezangen en missen die vóór 1578 werden gezongen in de Nieuwezijds Kapel (destijds de kerk van het Sacrament van het Mirakel van Amsterdam) nam de Sweelinckcantorij ook die muziek in het repertoire op. Muziek die eertijds klonk op de plek waar vierhonderd jaar later de aanzet tot de cantorij werd gegeven. In wezen slaat de Sweelinckcantorij daarmee een brug tussen eeuwen kerkmuziek in het hart van Amsterdam.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||